Vergoeding zonnepanelen in NOM-woningen

  

Vergoeding zonnepanelen in NOM-woningen

Corporaties kunnen van huurders een vergoeding vragen voor zonnepanelen. Die vergoeding kan de corporatie innen via de huurprijs of de energieprestatievergoeding. Volgens een recente uitspraak van het Gerechtshof in Amsterdam mogen corporaties bij nieuwe Nul-op-de-Meter (NOM)woningen geen bijdrage vragen via de servicekosten.

Corporaties kunnen de kosten van duurzaamheidsmaatregelen in de kale huurprijs doorberekenen. De huurprijs mag daardoor echter niet boven de maximaal redelijke grens in het woningwaarderingsstelsel komen. Daarom kunnen corporaties voor NOM-woningen er ook voor kiezen naast de huurprijs een energieprestatievergoeding (EPV) in rekening te brengen bij de huurder.

In de EPV zijn de kosten van de zonnepanelen opgenomen. In de praktijk betekent de EPV dat de corporatie garanties aan de huurder moet geven over de energieprestaties van de woning en de monitoring daarvan. De kosten voor het voldoen aan deze garanties kunnen zo hoog zijn, dat de corporatie ervoor kiest om de zonnepanelen dan maar via de servicekosten aan de huurder in rekening te brengen.

Onroerend
Het Gerechtshof in Amsterdam oordeelde op 3 januari 2019 over 12 NOM-woningen in Texel dat de zonnepanelen en zonneboiler integraal onderdeel van het NOM concept zijn en dus onroerend. Zonder de zonnepanelen functioneert het NOM-concept niet, stelt het hof. Daarbij is het niet relevant of de zonnepanelen technisch gezien los op het dak liggen of daarin bouwkundig zijn geïntegreerd. Onroerende zaken kunnen niet via de servicekosten worden verrekend.

Corporaties mogen zonnepanelen alleen via de servicekosten verrekenen als de woning en de warmtevoorziening ook zonder die panelen functioneren. Dan pas is er sprake van een ‘extra dienst’ en die mag de corporatie via de servicekosten bij de huurder in rekening brengen.

Bron: Aedes.nl