Brabantse burgemeesters en de woonwagenkampjes: dansen op het koord

  

Maart 2011: de politie valt binnen op het woonwagenkamp aan de Heezerweg in Eindhoven. © fotopersburo Bert Jansen

Brabantse burgemeesters en de woonwagenkampjes

COLUMN PLAATS DELICT EINDHOVEN – Bij het woonwagenkamp aan de Heezerweg in Eindhoven viel op 29 maart 2011 een enorme politiemacht binnen. Het betrof één van de allereerste acties onder regie van de even eerder opgerichte Brabantse taskforce tegen de drugscriminaliteit.

Op het van de buitenwereld afgescheiden kampje werden zes mensen gearresteerd en vonden agenten vuurwapens, vele kilo’s wiet en tienduizenden euro’s aan contant geld. Het kamp was verworden tot een criminele ‘vrijplaats’, verklaarde een woordvoerster van de politie tegenover de pers.

Aan het begin van deze week bracht de gemeente Eindhoven – na twee jaar wikken en wegen- naar buiten dat het kampje aan de Heezerweg mag blijven bestaan. Was de criminele vrijplaats omgetoverd tot een normale woonbuurt, waar alleen nog brave en oppassende burgers leefden? Nou nee.

“De situatie is wel verbeterd, maar blijft een onderwerp van zorg. We zijn er nog niet”, schreven burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad. De redenen dat het kampje mag blijven bestaan, zijn van andere aard: het zou miljoenen kosten om de bewoners uit te kopen en elders te huisvesten.

En bovendien ligt er sinds juli 2018 een brief van minister Ollongren van Binnenlandse Zaken die de gemeenten op het hart drukt dat het sluiten van woonwagenkampjes slechts onder ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’ mogelijk is.  Want woonwagenbewoners hebben recht op bescherming van hun culturele identiteit, stelden ook de Nationale Ombudsman en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens al eerder vast.

Criminele netwerken

Kampjes zoals aan de Heezerweg zijn er veel in Brabant. Criminele vrijplaatsen, waar veel bewoners de kost verdienen met drugshandel of andere vormen van criminaliteit. Ze zijn te vinden van Oss tot Bergen op Zoom en van Waalre tot Steenbergen.

Soms valt de politie er binnen, maar zelden of nooit zet dat ook op langere termijn zoden aan de dijk. Al decennialang spelen woonwagenfamilies een cruciale rol in de criminele netwerken die de Brabantse drugsindustrie bestieren. Bestuurders schreeuwen dat niet van de daken, bang als ze zijn voor het verwijt dat ze discrimineren.

En dus moeten ze koorddansen en hun woorden op een goudschaaltje wegen. Begrijpelijk, want hoewel de woonwagenbewoners zijn oververtegenwoordigd in de Brabantse criminaliteit, is het natuurlijk niet zo dat iedereen die in een woonwagen woont, crimineel is. Er zijn in Brabant echt wel kampjes waar niks aan de hand is.

En ook op de kampjes waar het wél mis is, wonen mensen die liever het rechte pad zouden bewandelen. Maar ja: sta maar eens op tegen je eigen broer of zwager die al jaren bovenop de apenrots staat.

Boze brief

De burgemeesters van Eindhoven en Tilburg schreven minister Ollongren vorig jaar  terug dat ze toch wel erg lichtvaardig over het aspect van de ‘ondermijnende criminaliteit’ was heengestapt. De minister haastte zich om te verklaren dat haar brief natuurlijk geen vrijbrief mocht zijn voor het in stand houden van criminele praktijken. De besluitvorming over het kampje aan de Heezerweg laat niettemin zien dat Ollongren toch wat extra angels en voetklemmen op de weg heeft gegooid voor bestuurders die de vrijplaatsen de nek om willen draaien. Zo schiet het niet op.

Plaats Delict is een wekelijkse rubriek over de criminaliteit in Brabant, de provincie die haar bourgondische imago aangetast ziet worden door drugscriminelen en ander geboefte.

Bron: Eindhovens Dagblad